Uncategorized

Met Saskia Poldervaart in het Maagdenhuis

Ik was weer even op Maagdenhuis sfeer proeven. Toen ik daar zo stond kwamen er ineens herinneringen aan Saskia Poldervaart naar boven. Ik zag haar van wijze spreken verderop staan. Wat had ze het allemaal mooi gevonden. Ze zou op alle mogelijke manieren geprobeerd hebben haar aandeel te leveren: gastcollege geven, discussie met haar studenten aangaan en het beschrijven van wat er gebeurt niet als buitenstaander maar als deelgenoot. Zij heeft om haar heen gezien hoe de universiteit vanaf begin jaren ’80 eerst langzaam en later sneller veranderde. Ze had het gevoel dat zij met haar vrouwenstudies steeds verder werd weggedrukt. Ze bleef idealen verdedigen tegen de oprukkende universiteit als bedrijf. In een Volkskrant interview niet lang voor haar dood in 2011 zijn de laatste woorden: ‘Het geeft hoop dat een jongere generatie bezig is met idealen die ik ook heb. Zij koesteren, net als ik, het idee dat een betere wereld mogelijk is. Ik ga binnenkort dood. Maar zij gaan door.’ Ik zou kunnen zeggen dat haar geest even door het Maagdenhuis waarde.

Vooral vrouwen slachtoffer islamofobie

Ik weet niet of er in Nederland onderzoek naar gedaan is maar mijn indruk is dat het vooral vrouwen zijn die te maken hebben met geweld tegen moslims en islamofobe uitingen. De meldingen die het ‘meldpunt islamofobie’ kreeg na de aanslagen in Parijs bevestigen dat: De meeste meldingen zijn afkomstig uit de Randstad van vrouwen met een herkenbaar islamitisch uiterlijk. Dit beeld wordt betreft Frankrjk ook bevestigt in de cijfers die het Collectif Contre L’Islamophobie en France (CCLF) over 2014 naar buiten heeft gebracht: 81,5 % van geweld tegen moslims en meldingen van islamofobie betreft het om vrouwen die het slachtoffer daarvan zijn. Blijkbaar roept de combinatie vrouw en moslim bijzondere agressie op. Zou me niet verwonderen dat het vooral mannelijk daders zijn. Zou meer aandacht moeten krijgen en is het bestuderen waard.

CCLF rapport (in het Frans)

De dakloze dichter

Vanmiddag fietste ik naar een tweede ronde winkel buiten het centrum van Amsterdam. Bij de ingang wordt ik aangesproken door een man van rond de 45 jaar oud, zo te zien Surinaamse afkomst, die mij wat wil vragen. Ik blijf staan en hij zegt: ik ben een dakloze dichter en wil graag een gedicht voordragen. Een vriendelijk gezicht met guitige ogen en prettige stem. Hij stelt ook dat het geheel vrijblijvend is. Ik vraag hem hoe lang hij dan al dichter is en gedichten voordraagt en hij antwoord dat hij een maand geleden begonnen is. Daarvoor heeft hij nooit geschreven wel veel literatuur gelezen. Hij laat me een klein notitie boekje zien waar met potlood het een en ander in geschreven is onder andere de datum waarop hij begonnen is met dichten. Dan draagt hij een gedicht voor. Het gaat over de ogen en de geur van een geliefde. Als hij klaar is praat ik wat verder. Hij verteld me dat veel mensen direct afwijzend zijn en zeggen geen tijd te hebben en dat is vreemd zo voor de ingang van een tweede ronde winkel waar de meeste mensen heen zijn komen fietsen. We hebben het over hoe mensen zich afsluiten, niet nieuwsgierig zijn en afwerend tegen vreemden. Hij zegt het het ook wel moeilijk te vinden om zomaar vreemde mensen op straat aan te spreken. Ook hebben we het over dat het jammer is dat straatmuzikanten en mensen zoals hij bijna niet meer in centrum van Amsterdam hun gang kunnen gaan. Dan verteld hij me het verhaal over een vrouw bij een metrostation die hij ook heeft aangesproken. Zij zegt dat ze geen gedicht wil horen en heeft haast. Hij dringt wat aan met te stellen dat het niets kost geheel vrijblijvend is en draagt toch een gedicht voor. De vrouw blijft een afwijzende, ongeduldige, houding hebben en loopt daarna snel de trap op naar het perron. Even later komt ze de trap weer af en geeft hem een briefje van tien euro.