Media

Uit het leven – portret van Ed Hollants, politiek activist

Verschenen in Solidariteit nummer 108 juli 2002

Democratische rechten gaan er aan

Ed Hollants, één van de oprichters van het Autonoom Centrum in Amsterdam, heeft zijn leven grotendeels gesleten in Oud West. “Daar heb je alles. De wereld in het klein.” Maar hij zou nu toch liever elk jaar een paar maanden in het buitenland werken. In Oost Timor hielp hij een mensenrechtenkantoor op te zetten. In Palestina probeerde hij te voorkomen dat gewelddaden in de doofpot raakten. “Vier maanden per jaar in het buitenland werken, dat zou ik graag willen. Het is ook dat ik een beetje pessimistisch word in Nederland.”

“Ik hoop in mijn leven nog eens iets mee te maken als in de jaren zestig of de periode 1979/1982, mijn beginjaren als politiek activist. Ik heb toen veel geleerd. Er waren wel vier of vijf acties in de week. Er werd wel gezegd dat de jeugd punk en zwartgallig was, maar er werd heel veel gedaan. Niet alleen werd de kernenergie tegengehouden met vijftienduizend mensen in Dodewaard en werd het milieubewustzijn naar een hoger plan gebracht, er gebeurde ook veel in de popmuziek en kunst; verzet en nieuwe ideeën in de kunst gaan vaak samen. De inbraken van Onkruit die bijdroegen aan de onthulling van het militair-industrieel complex. Onder impuls van de kraakbeweging maakte de stadsvernieuwing een opleving door. Veel mensen werden actief in niet-gouvernementele organisaties.”

Beangstigend

“Ik vind het nu een beetje stil om me heen worden. Of gebeuren er dingen buiten mij om?

Ooit komt die tijd terug. De wereld wordt beheerst door golfbewegingen. En ik denk echt niet dat we de komende vijfhonderd jaar alleen maar in een verder doorgevoerde, kapitalistische samenleving komen te zitten die alleen maar consumenten van ons wil maken. Dat vanaf de wieg in kaart gebracht wordt wat je leefpatroon zal zijn, wat je daarbij moet consumeren en wat je dus de industrie zal opleveren. Ik denk dat er een sterke reactie gaat komen.

Dat de beweging in de jaren zestig tot halverwege tachtig niet tot een politieke doorbraak heeft geleid, komt omdat grote delen van de Nederlandse bevolking de verlokkingen van het kapitalisme niet hebben kunnen weerstaan. Er is ondanks een economische crisis in die jaren een grote keuzevrijheid ontstaan. In de tweede helft van de jaren tachtig heeft zich dat versneld doorgezet. Het duurt even voordat de mensen beseffen dat deze welvaart ook gebreken heeft. Mensen gaan op zoek, want het mechanisme van de vrije markt kan alles tot product verklaren, maar daarmee heb je nog niet aangegeven wat de zin van het leven is.

Het beangstigende van deze tijd is, vind ik, dat er steeds vaker geroepen wordt dat vrijheden die in de jaren zestig en zeventig zijn bevochten te ver zijn doorgeschoten. Het lijkt wel of ze terug willen naar 1950. Er wordt aan democratische rechten getornd. De meeste mensen zijn zo individualistisch geworden dat er geen breed verzet ontstaat tegen bijvoorbeeld de identificatieplicht. Er wordt dan geredeneerd: ik heb niets te verbergen dus wat maakt mij dat nou uit?”

Louter consument

“De ontmenselijking van de maatschappij is het moeilijkst vol te houden. Ik vind het heel eng dat mensen tot louter consument gevormd worden. Bovendien zie je dat sinds midden jaren tachtig de grote bewegingen zijn ingezakt. Dat heb ik een aantal jaren kunnen accepteren. Ik ben blijven doorknokken. Je weet dat door onze acties de wereld morgen niet op zijn kop staat, maar dat we in deze moeilijke situatie terecht zouden komen, heb ik jarenlang niet kunnen geloven. Steeds dacht ik: we zullen nu toch wel het ergste gehad hebben.

Ik kan me daar niet buiten plaatsen. Ik kan niet ergens op de wereld gaan zitten en net doen of ik het niet meer zie. Ik ben onderdeel van het geheel. Ik wil iets doen. Als je in Oost Timor of in Palestina komt, wordt de verleiding wel heel groot om een paar jaar ons land te verlaten. Natuurlijk slaan ze daar ook mekaar de koppen in, maar er is meer warmte en menselijkheid en ze hebben een eigen cultuur.

De ‘globalisering anders’ is in ieder geval iets nieuws. Het is verbredend verzet dat we vijftien jaar lang niet gezien hebben. Wat betreft de thema’s van deze beweging zit je niet meer opgesloten in je eigen gebiedje. Door internet is het veel makkelijker geworden mensen met gelijke gedachten waar ook ter wereld aaneen te schakelen.

Aan de andere kant zie je een ontwikkeling die je wat gemakzuchtig verrechtsing zou kunnen noemen, maar die wel bestaat uit een complex van politieke en economische krachten die behoorlijk de wind mee hebben. Keer op keer zeggen politici na de Eurotoppen dat er niet veel bereikt is. En even zoveel keer vallen ze in herhaling. Dit is één van de oorzaken dat ‘de politiek’ zich volstrekt ongeloofwaardig maakt. En daar ligt precies een basis voor een tegenbeweging. De ontluikende globaliseringsbeweging is nog niet bij machte een definitieve ommezwaai teweeg te brengen.”

Grensoverschrijdend

“Vroeger had je meer links/rechts tegenstellingen waarin vakbonden en linkse stromingen betrokken waren. Daar konden de mensen een alternatief in zien. Er was toen een duidelijke kracht die een andere kant op wilde. Die kracht ontbreekt nu helemaal. Het blijkt nogal veel tijd te kosten om een alternatief te bedenken. Rechts hoeft geen alternatief te bedenken en vult de ruimte snel op.

Ik heb niet de illusie dat er ooit een paradijs op aarde zal zijn. Er zal wel altijd oorlog blijven. In de socialistische heilstaat heb ik nooit geloofd. In tweehonderd jaar socialisme zijn er veel goede dingen gezegd, maar die tijd is voorbij. Er is geen bewuste arbeidersklasse meer. Er is ook geen allesbepalend eensluidend antwoord meer. Dat maakt de samenwerking van verschillende groepen makkelijker. Als politieke organisatie moet je altijd beseffen dat je in een ontwikkelingsproces verkeert. Je zit nooit aan het einde van die ontwikkeling. Dat besef vergemakkelijkt het om jezelf te bekritiseren.

Als je te maken hebt met grote communistische bonden in Italië en Frankrijk ervaar je dat zij veel meer denken dat ze de wereld kunnen veranderen. Zij pretenderen een antwoord te hebben. Als je naar een andere wereld streeft, zul je ook de hiërarchische organisatie ter discussie moeten stellen. Een bepaalde vorm van organisatie is nodig om tot besluiten te komen. Met een ver doorgevoerde basisdemocratie – klinkt leuk – was dat lang niet altijd het geval.

Ik heb als natuur een weerstand tegen autoriteit. Ik voel me niet lekker in de middenmoot, maar wordt altijd aangetrokken door het grensoverschrijdende. Natuurlijk dienstgeweigerd. Nou ja, gezorgd dat ik op S5 afgekeurd werd. Het leek mij volkomen absurd dat iemand anders mij kon opdragen een pakkie aan te doen en te gaan vechten.”

Geweld

“Ik ben in de kraakbeweging terechtgekomen. Toen pas ging ik over politiek nadenken: waarom is er woningnood? Eerder was ik wel met drie medescholieren van de mavo naar een demonstratie tegen de Vietnamoorlog geweest. Ik knipte kranten over Vietnam, begreep er niks van, maar het hield me hevig bezig. Kerstbombardementen. Absurd. Maar enige politieke gedachte had ik toen nog niet.

Werken deed me sterk denken aan militaire dienst. Waarom moet ik nou om acht uur op het werk verschijnen? Waar ben je dan mee bezig? Het is geen deel van jezelf. Geld verdienen heb ik nooit belangrijk gevonden. Ik wil alleen dingen doen waar ik in geloof. Ik heb altijd sterk het gevoel gehad dat ik iets wilde organiseren. Werken heeft bij mij een paar maanden geduurd. Toen werd ik kraker en daarna politiek activist.

Dat was op den duur voor een aantal van ons te vrijblijvend. Er waren mensen die dat een paar jaar deden en het dan niet leuk meer vonden. Die gingen wat anders doen. Een ander deel is in de fuik van het geweld gelopen. Ik ben niet principieel tegen geweld, maar je moet niet steeds dezelfde vormen gebruiken. De staat heeft daar op een gegeven moment een antwoord op en heeft het initiatief overgenomen. Dan moet je gaan nadenken hoe je op een andere manier wilt terugkomen. Dat is te weinig gedaan. Het was alleen maar doorgaan en steeds harder.

Ik wil natuurlijk niet meehuilen met de ‘mainstream’ van toen, die alleen maar de rellen voor het voetlicht bracht. Die kraakrellen zijn nodig geweest om druk op te bouwen. Er zijn in de beginjaren tachtig veel panden gelegaliseerd. Zelfs de PvdA was geneigd naar ons te luisteren. Met het geweld is een discussie over de vercommercialisering van de stad afgedwongen. Die discussie moet nog steeds voortgezet worden, maar de gevestigde politiek praat het liefst helemaal niet.”

Autonoom centrum

“Het autonoom centrum is opgericht in 1987 om het veelsoortig verzet uit de jaren tachtig te structureren en mee te denken hoe dat verzet tot alternatieven kon leiden. Wij vonden dat er een plaats moest zijn waar burgers die iets willen doen, binnen kunnen lopen. Het autonoom centrum vindt dat je kritiek op de samenleving moet kunnen vormgeven in acties. Niet alleen stukken schrijven, discussies voeren en van de ene naar de andere actie rennen. Wij vonden dat er meer denken op de langere termijn in de acties moest komen.

Wij willen geen groep zijn die buiten de samenleving staat, maar met iedereen de discussie aangaan. We gaan niet op een eilandje zitten met radicale ideeën en dan hard roepen dat iedereen fout zit.

We wilden niet een ‘one issue’ beweging zijn, maar in de jaren negentig legden we ons toch voornamelijk toe op migratie en dan vooral op solidariteit met illegalen die gevangen gezet werden. We verzamelden klachten, organiseerden conferenties, schreven stukken voor de kranten. Uiteindelijk konden we het niet bolwerken tegen de ideologie dat illegalen gevangen moeten zitten. Moet je als kleine organisatie dan doorzetten, terwijl je alles geprobeerd en nog eens herhaald hebt?

Een andere campagne waar we veel energie in gestoken hebben, ging tegen het nederzettingenbeleid van Israël. In nog extremere mate dan bij het vreemdelingenbeleid kregen we geen speld tussen de heersende kritiekloosheid als het om Israël gaat. Ook daar liepen we in vast. Het begon een sleur te worden. Onze kracht is altijd geweest dat we klein zijn, radicaal en snel kunnen beslissen. Elke samenleving heeft zulke radicale groepen nodig.

Intussen deden we zijdelings ook andere campagnes, schreven stukken en verbonden ons met andere actiegroepen. Eind jaren negentig was er natuurlijk de globaliseringsbeweging. Nu hebben we toch de Palestijnse kwestie teruggepakt. Er is iets meer ruimte gekomen, omdat de vanzelfsprekende solidariteit met Israël is afgenomen. De situatie aldaar is echter veel extremer geworden. Je leeft in een wereld waar voortdurend getamboereerd wordt op ‘onze’ westerse democratie en dat ‘we’ mensenrechten respecteren, maar waar tegelijkertijd het Westen Israël blijft steunen. In Palestina is overduidelijk sprake van totale schending van alle mensenrechten.”

Orwell

“Je ziet hoe er in Afghanistan wordt opgetreden en in voormalig Joegoslavië, maar de Palestijnen worden continue in de steek gelaten. Iedereen in de wereld, behalve West Europa en Amerika, ziet die hypocrisie. Europa wil wel wat meer druk uitoefenen op Israël, maar zegt zonder Amerika niets te kunnen. En Amerika wil alleen maar dat het geweld van de televisie gaat en dan zal het de Amerikanen verder worst wezen.

Maar wat gebeurt er als over een paar jaar een revolutie in Jordanië plaatsvindt en er een Palestijns Jordanië ontstaat dat wapens levert aan Palestina? Wat gebeurt er als al die Arabische dictators de Arabische volkeren niet meer onder controle kunnen houden? Ik vind dat conflict heel bedreigend. Moet je accepteren dat je in een tijdperk leeft dat steeds instabieler wordt en dat er een grote klap dreigt te komen?

Elf september was daar alleen maar een voorbode van. Die aanslag heeft laten zien hoe makkelijk – er ging natuurlijk een minutieuze voorbereiding aan vooraf – toegeslagen kan worden buiten de traditionele oorlogen tussen naties om. Je ziet welke enorme psychologische effecten die aanslag op de Amerikaanse bevolking heeft gehad. Rechtse krachten hebben daardoor de ruimte gekregen: meer controle, meer politie, meer inlichtingendiensten, meer bewapening en militarisering van de samenleving. Als je er maar genoeg controle op zet, dan zijn we weer veilig. In het verleden werd gezegd dat het ‘1984’ van Orwell om de hoek lag. Ik vond dat dan paniekerig. Maar ik zie nu signalen dat het die kant wel op gaat.”

Frans Geraedts

Advertenties