Maand: mei 1998

De zin of onzin van discussie met politici

mei 1998

Bij manifestaties, forum-discussies en andere politiek getinte bijeenkomsten lijkt het gebruikelijk om politici als discussie-deelnemers uit te nodigen. De laatste paar maanden was dit vanwege de verkiezingen ook weer veelvuldig het geval. Toch zijn de ervaringen daarmee over het algemeen negatief. De vraag is dan ook waarom je politici zou uit nodigen. Misschien is het wel zinniger om ze juist niet uit te nodigen.

Wat het vreemdelingenbeleid aan gaat wordt bijvoorbeeld Rijpstra van de VVD vaak uitgenodigd. Zo ook bij een discussie georganiseerd door Nederland Bekent Kleur en een discussie in de Balie georganiseerd door het ter ziele gegane blad `Recht & Kritiek’.
Met betrekking tot het vluchtelingenbeleid is de mening van Rijpstra bekend. Hij heeft het over gesloten kampen voor uitgeprocedeerde asielzoekers, meer controle en de grenzen op slot. Wat wil iemand in een discussie met hem? Hem via discussie be‹nvloeden of van mening laten veranderen is een irreële gedachte. Wat willen we dan? Standpunten weergeven om mensen een mening te laten vormen? Het standpunt van Rijpstra lijkt ons bekend. Verder sta je als anti-racisme organisatie toch niet neutraal in een debat over vreemdelingenbeleid. Het enige dat het vaak wel oplevert is aandacht van de media voor de politicus. Politici zien het deelnemen in dit soort discussies dan ook als een mogelijkheid om zich te profileren. Aanwezigen van de pers zullen zich vooral richten op wat de politici te zeggen hebben en niet zo zeer op andere deelnemers aan de discussie.

Een ander punt van kritiek is dat politici over het algemeen niet weten waar ze over praten maar er wel goed in zijn de discussie af te leiden van wezenlijke zaken. Dit gebeurt meestal omdat de politicus het antwoord op wat dieper liggende problemen schuldig is. Discussies zijn hierdoor meestal oninteressant en als bezoeker van een bijeenkomst is het dan onduidelijk wat je met zo’n discussie moet. In de bijeenkomst van Recht & Kritiek was het zelfs zo erg dat de aanwezige politici (Rijpstra van de VVD, Dittrich van D66 en van Oven van de PvdA) op vragen geen antwoord hadden omdat ze feitelijk veel minder wisten dan mensen in de zaal. Over de ontwikkelingen op Europees niveau gaven ze volmondig toe achter de feiten aan te hollen en er zo goed als geen invloed op te hebben. Op de vraag wat ze daar dan mee deden volgde een soort schouderophalen ten teken dat ze het ook niet wisten.

Een ander gevaar is dat politici door de overige aanwezigen vaak als gemeenschappelijke vijand worden gezien of als degenen van wie een oplossing wordt verwacht, zodat de discussie vooral tussen hen enerzijds en de rest anderzijds zal blijven steken. Onderlinge discussies over vaak wezenlijke punten blijven hierdoor liggen, zoals een discussie die zich niet door de waan van de dag laat leiden maar zoekt naar langere termijn oplossingen. Het moge duidelijk zijn dat politici voor veel zaken helemaal geen oplossingen hebben. Mensen doen beroep op redelijkheid bij politici, maar die redelijkheid vindt geen weerklank omdat politici niet bij machte zijn ingrijpende veranderingen door te voeren.
Op het opereren van multinationale ondernemingen en mondialisering hebben zij geen invloed of ze gebruiken die niet.
Ontwikkelingen op Europees niveau in het vreemdelingenbeleid worden door ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en groepen ambtenaren voorbereid en genomen. Hier is geen enkele controle op. Ook in Nederland is er sprake van invloedrijke ambtenaren. Tweede Kamer leden zitten er vaak voor spek en bonen bij.

Als laatste biedt deelname van politici aan een debat (of zoals in het verleden bijvoorbeeld Bolkestein zelfs aan een betoging tegen racisme) hen de kans zich te profileren als maatschappelijk betrokken zonder dat zij enige consequentie aan hoeven verbinden. Het deelnemen van politici aan debatten is dan ook meer het ophouden van de schijn dat er naar de burger geluisterd wordt en het naar buiten tonen van een menselijk gezicht van een politiek die onmenselijke vormen aanneemt.

Samenvattend: veel discussies worden verpest door de deelname van politici. Dit terwijl er grote behoefte daaraan is. Het lijkt daarom beter om bijeenkomsten te gebruiken om discussies te voeren tussen maatschappelijke groeperingen en al die organisaties en belanghebbenden die met een bepaald onderwerp bezig zijn. Dit met name door prikkelende standpunten en originele invalshoeken. Vaak ook is het armoedige discussieniveau de reden dat men de toevlucht neemt tot het uitnodigen van politici. Die hebben ten minste een mening. Maar er moet niet gediscussieerd worden om te discussiëren. Discussiebijeenkomsten moeten een middel zijn met een duidelijk doel.

Het Autonoom Centrum organiseerde vorig jaar een hoorzitting over vreemdelingendetentie en heeft daar bewust geen politici voor uitgenodigd. Wel mensen uit de praktijk zoals rechters, juristen, bezoekgroepen en onderzoekers. Het gevolg was dat velen het als een zeer vruchtbare bijeenkomst hebben ervaren. Een ander voorbeeld is de pas opgerichte vereniging voor een Democratisch Europa. Hier zijn tal van wetenschappers, publicisten en activisten bij betrokken. Deze vereniging heeft er ook bewust voor gekozen om geen politici deel te laten nemen. De vereniging gaf aan dat als zinloos te beschouwen en dat dit alleen maar zou afleiden. Men koos ervoor om met ‘onafhankelijke’ deskundigen en betrokkenen verder te gaan.
Pas als er sprake is van brede maatschappelijke bewegingen met duidelijke standpunten kan politieke kracht opgebouwd worden. Daarmee kunnen veranderingen afgedwongen worden, onder andere bij de politiek.